Jesse (een levensgeschenk)

22 december 2020

De jonge vrouw die tegenover me zit is bedreigd door een klant. Hierdoor komt ze voor een aantal sessies bij me langs. Haar verschijning is opmerkelijk. Een prachtige bos krullen, een fijnbesnaard gezicht en een zachte en prachtige oogopslag. Ze oogt als een jonge vrouw die alles mee heeft. Maar dat is geen garantie dat er geen tegenslag kan zijn. Terwijl we onderzoeken hoe het een en ander heeft kunnen gebeuren blijkt dat deze jonge vrouw (Laten we haar Kirsten noemen) naast de bedreiging ook net een miskraam heeft gehad. Ze is hierdoor terecht gekomen in een stroom van emoties en gevoelens. Waardoor ze haar reacties minder onder controle heeft en het mis ging met de klant die haar uiteindelijk bedreigd had. Haar leven voelt op dit moment als een rollercoaster.

We gaan voortvarend aan de slag.  Door het hele gebeuren rondom de miskraam is haar normale stevigheid en assertiviteit er niet. Uit haar verhaal ontpopt ze zich als een zeer betrokken iemand die mensen echt wil helpen. Tegelijkertijd blijkt dat ze zelf nooit veel problemen in haar leven heeft gehad en er tot nu toe vrij moeiteloos door heen gegleden is.

De gebeurtenis van de miskraam en daarop de bedreiging is het begin van een heftige reis. Waarbij de bedreiging naar de achtergrond verdwijnt.

Om de miskraam te verwerken hebben zij en haar man daadwerkelijk afscheid van het kind in wording genomen in een ritueel en een fysieke plek ingericht waar ze naar toe kunnen gaan om af en toe stil te staan. Ik bemerk aan alles wat voor gigantische impact deze gebeurtenis op haar heeft. De bedreiging die ze ervaren heeft valt in het niet bij dit verlies.  Beide gebeurtenissen hebben haar volop geconfronteerd met de pijn die het leven soms met zich meebrengt en dat een vrij zorgeloos leven zomaar kan omslaan naar iets anders. Toch resoneert er optimisme en hoop in haar en de wil om hierdoorheen te komen.

Bij onze volgende ontmoeting vertelt ze me dat ze net weer zwanger is, maar dat er bij de eerste echo geen leven te zien, noch een hartslag te horen was.  Kirsten voelt zich wanhopig maar toont zich beheerst en rustig. Ze wil er in eerste instantie niet over beginnen maar kan haar tranen niet bedwingen en het hele verhaal komt eruit. Wat overheerst is de angst voor een volgende miskraam en misschien wel een onmogelijkheid om ooit een kind te kunnen krijgen. Ik geef haar de ruimte al haar gevoelens en angsten ruim te etaleren.

“Ik weet niet wat ik nu moet doen, ik durf niet eens te hopen dat het misschien meevalt en dit kindje toch nog leeft.”

“Hoezo niet dan?” vraag ik.

“Ik durf me niet te hechten. Stel dat mijn kindje nog leeft en het gaat dan toch nog dood. Dan heb ik me voor niks gehecht en dat doet zo’n pijn”.

Ze huilt uit het diepst van haar tenen. Ik geef haar alle ruimte om haar intense verdriet te uiten.

Hierna vraag ik haar te reflecteren op de verschillende scenario’s die er zijn. De eerste mogelijkheid is dat het kindje misschien toch nog in leven is. De andere mogelijkheid is dat het leven al geweken is.

Het dilemma wat ze voor zichzelf voelt, is dat ze zich niet wil hechten aan een levenloze vrucht, maar als haar kindje nog wel leeft dat ze iets heel verkeerds doet door zich niet te durven hechten. Ik vraag haar hoe groot de kans is dat het kindje al dood is.

“Tot mijn volgende echo die ik over vier weken heb weet ik niks zeker.”

“Wat weet je dan nu wel zeker?” is mijn wedervraag.

“Pijn van het opnieuw afscheid moeten nemen van dit kindje of dat ik me megaschuldig voel omdat ik het kindje wat misschien nog in mij leeft niet welkom durf te heten. “

Haar directe reactie komt stevig bij mij binnen. Een traan druppelt langs mijn wang. Ik laat het gewoon maar gebeuren. Direct daarop maakt ze haar keuze: “Dan toch maar die pijn,” snikt ze. Het blijft even stil op haar snikken na. Dan komt langzaam de impact van haar keuze bij haar binnen. Deze keuze, gemaakt vanuit een gevoelsmatige helderheid, komt wat onder druk te staan omdat haar denken begint tegen te sputteren. Dan is er de verwarring en neemt de angst het weer over.

Ik kan alleen maar begrip tonen voor haar dilemma. Met grote ogen gevuld met tranen kijkt ze me aan en zegt: ”Ik ben zo bang dat ik dit kindje ook al verloren heb en als ik me dan hecht en het leeft niet, dat doet zo’n pijn. Maar als het nog wel leeft en ik negeer dat, dan.” Ze maakt haar zin niet af en huilt nogmaals voluit en neemt haar pijn, verdriet en onzekerheid. Het ontroert me zo deze jonge vrouw met zoveel pijn en zo’n pijnlijk dilemma. Ik spreek dat naar haar uit en prijs haar moed om dit voor haar zo pijnlijke thema te bespreken.

Samen onderzoeken we wat het kan betekenen voor de hechting van een vrucht als de moeder het negeert of dat ze vanuit haar angst voor een miskraam nog niks durft te voelen voor het kindje. We komen erachter dat er geen goed en fout is in zo’n situatie. Er is alleen maar liefde en verwarring. Welke weg ook gekozen wordt, het getuigt in beide gevallen, dat er sprake is van heel veel liefde. Deze liefde kan altijd door alles heen gevoeld worden. Dus dat maakt het kiezen overbodig. Het niet durven hechten getuigt al van een hechting en een diep verlangen naar verbondenheid.  Het wel durven hechten draagt het risico van het verlies en de daar uitvloeiende extra pijn. Beide keuzes getuigen van liefde.

De volgende sessie, twee weken later, vertelt ze me dat ze er vooralsnog van uit gaat dat haar kindje leeft. “Het rare is dat ik me nu heel erg zwanger voel, ik praat met het kindje en het is voor mij alsof het leeft. Tegelijkertijd blijf ik ook wel heel erg bang dat het toch dood is. Volgende week gaan we voor een nieuwe echo en dan zullen we het wel te weten komen.”

Kirsten komt anders over. Het lijkt of ze voor zichzelf meer reliëf heeft gecreëerd en ademt een diepgaand inzicht uit. Ze vertelt me hoe bevrijdend het voor haar was dat er geen goed en fout is in wat voor keuze je in zo’n situatie ook maakt. “Dat heeft ertoe geleid dat ik me volledig durf te hechten en te verbinden met dit kindje, voorbij leven en dood. Ik heb me als moeder nu al gegeven en verbonden met deze schat, ik hou van mijn kindje en voor mij leeft het, ook al blijkt het misschien straks anders te zijn.

Nog weer twee weken later komt Kirsten binnen met stralende ogen. “Het kindje leeft!” juicht ze.

Zeven maanden later wordt Jesse geboren. De naam Jesse betekent geschenk van God.

 

 

Verfrissend jong en natuurlijk

30 april 2019

De supermarkt als kweekvijver voor natuurlijk leiderschap

Bij een leiderschapstraject van een supermarkt (Jumbo) mocht ik de jongste deelnemer, die ik ooit in een groep heb gehad, verwelkomen. Zestien jaar was hij. Zijn collega’s waren amper ouder. Heerlijk om dat verrukkelijke ietwat naïeve zelfvertrouwen mee te mogen maken. Niet belemmerd door wat allemaal wel en niet hoort, maar volledig gaan voor een leuke stimulerende werksfeer en een goed resultaat. Volstrekt open en vrij wisten ze elkaar aan te geven hoe hun supermarkt optimaal kon functioneren. Waarbij ze elkaar op een losse en ontspannen wijze feedback en tips gaven om tot een nog betere samenwerking en resultaat te komen.

Het lijkt soms simpel, werken in een supermarkt. Niets is minder waar. Achter de schermen  ligt een zeer dynamische uitdagende wereld verborgen. Complex qua organisatie, logistiek en klantgerichtheid. De supermarkt is vaak een eerste werkplek voor jongeren. Een belangrijke speler die bijdraagt aan de opvoeding en arbeidsethos van jonge mensen en waar talent direct benut wordt. Juist het pragmatische en hands on karakter maakt de supermarkt geschikt als leerschool en kweekvijver van talent.

Zaken als het omgaan met klanten, bestellen, netjes en gestructureerd werken, elkaar aanspreken en aansturen dragen in hoge mate bij aan de ontwikkeling van jonge mensen.

Vaak zien we alleen talent in slimme leertijgers, maar de supermarkt is bij uitstek een plek waar praktijkmensen bijzonder tot hun recht komen.

Een mooi voorbeeld daarvan maakte ik twee dagen later mee. Ik mocht weer een groep jonge leidinggevenden van een collega supermarkt begeleiden. Een van hen was de achttien jarige assistent-manager van een afdeling, mentor van zo’n 60 medewerkers!  Hij is lekker assertief, heeft een feilloos inzicht in het reilen en zeilen van de winkel en in de onderlinge verhoudingen. Door de ruimte die deze jonge leidinggevende nu al krijgt om zijn talenten in te zetten brengt hij een schwung en sfeer in de winkel die zijn weerga niet kent. Zonder last van theoretische kaders of communicatieregels. Gewoon recht uit het hart. Het blijkt dat deze manier van leiderschap door de collega’s hoog gewaardeerd wordt. Zelfs de “ouderen” kunnen het waarderen door  deze achttien jarige aangestuurd te worden. Hij maakt makkelijk contact, gaat met ze in gesprek en vraagt input. Met deze input gaat hij aan de slag en laat de mensen hiermee weten en voelen dat hij input van iedereen serieus neemt. Hij betrekt ze bij de besluitvorming en maakt ze medeverantwoordelijk voor sfeer en resultaat. Hij speelt geen leidinggevende maar vervult zijn rol als leidinggevende volstrekt natuurlijk. Precies dit wordt enorm gewaardeerd. Hierdoor krijgt hij het vertrouwen om te doen wat bij zijn rol past, los van zijn leeftijd. In mijn ogen de essentie van natuurlijk leiderschap.

Ik daag organisaties uit het lef te hebben om jonge mensen de kans te geven hun natuurlijk leiderschap in te zetten als blijkt dat ze daar talent voor hebben, zonder dat ze al 10 jaar ervaring moeten hebben. Laat ze mee denken, mee beslissen, laat ze groeien en bloeien. Durf ruimte te geven aan de enorme diversiteit aan talenten die jongeren bezitten zonder ingewikkelde profielschetsen en een overtrokken eisenpakket aan ervaring. Het talent van natuurlijk leiderschap tref ik vaak aan binnen de supermarkten waar ik werk; kweekvijvers van natuurlijk leiderschap.

 

Uw organisatie in topconditie

7 maart 2019

Topprestaties en succes in organisaties ontstaan als de inhoud op orde is, processen goed lopen en  er goed wordt samengewerkt. Juist dat laatste is  een kritische factor waarin relatief weinig geïnvesteerd wordt. Te vaak wordt er van uit gegaan dat een goede samenwerking vanzelf tot stand komt, terwijl dit de meest ingewikkelde en onvoorspelbare component is.

Van sportteams vinden we het heel normaal dat ze trainen om hun technische, fysieke, en mentale conditie optimaal te krijgen en het werken aan de onderlinge interactie en samenwerking de sleutel is voor succes en resultaat.

Bedrijven zitten als het ware iedere dag “in de wedstrijd”. Hoe kan het dan dat veel bedrijven er vaak niet bij stil staan om bewust te werken aan de conditie en vitaliteit van de organisatie, terwijl ze wel in de wedstrijd van iedere dag stappen?

Hierover gaan we graag met u in gesprek op de BCDN op 19 en 20 maart in Leeuwarden tijdens een van de ronde tafelgesprekken.  Geef u nu op via: https://www.bcdn.nl/aanmeldenprogramma/

Een bedrijf in topconditie gaat naast een goede kwaliteit van samenwerken over het belang van vitaliteit, een gezamenlijke focus, mede eigenaarschap, en het gevoel  van betekenis te zijn voor organisatie en samenleving bij iedere medewerker.  Hoe meer uw medewerkers zich realiseren dat ze voor zichzelf, elkaar en uw bedrijf van toegevoegde waarde zijn dan tillen ze samen uw organisatie naar een ongekend niveau. Plezier, betrokkenheid, (zelf)reflectie en zingeving creëren de conditie die u graag ziet.

U

Een confronterende les

8 januari 2019

Jaren geleden toen ik nog voor de klas stond is me iets overkomen waar ik nu nog altijd profijt van heb, zowel prive als in mijn werk. Het heeft mij geholpen om meer vrij naar mensen te kunnen kijken zonder gehinderd te worden door mijn voorkeuren en vooroordelen.

 

Ik was destijds best trots op mezelf als leerkracht en dan vooral op mijn pedagogische aanpak. Die illusie spatte uit elkaar toen Miranda parmantig op me af stapte, me aankeek met haar grote indringende ogen en van wal stak: “Jij vindt Jolanda veel leuker dan mij. Ik merk het heus wel hoor. Zij mag altijd veel meer van jou. Als ik iets verkeerds doe ben je eerder kwaad.”

Geschokt en verbijsterd keek ik haar aan. Het bloed trok weg uit mijn gezicht en mijn hart maakte overuren. Mijn benen voelden week aan. Op dat moment realiseerde ik me dat ze volkomen gelijk had. Ik vond Jolanda inderdaad leuker. Hoe kon zij dit weten? Miranda was ook best een leuk meisje, maar in haar reacties kwam ze soms wat bot en ontevreden over en had de neiging soms wat negatieve aandacht te vragen.

 

Ik voelde me zwaar betrapt. Dat ze mij zo door had. Ik kon mezelf wel voor de kop slaan. Was ik niet degene die vroeger zelf zo vaak geleden had onder de voorkeuren van mijn schoolmeester? En nu werd ik geconfronteerd met het feit dat ik me  zelf schuldig maakte aan voorkeursgedrag. Het raakte me tot in het diepst van mijn ziel. Ik was even helemaal van de kaart en schaamde me diep. Ik kon mijn emotie nauwelijks de baas en stotterde: “Je hebt gelijk Miranda, ik weet niet wat ik hierop moet zeggen.” Ze keek me alleen maar aan met die grote ogen van haar en ik kon niks anders doen dan terugkijken en me diep schamen.

 

Na een kwartiertje had ik mezelf weer wat bijeen geraapt en vroeg de kinderen in de kring te komen. De kinderen keken me verwachtingsvol aan. Ik vertelde wat Miranda tegen me gezegd had. Het werd akelig stil. Toen barstten de kinderen los; iedereen begon tegelijkertijd zijn ervaringen te vertellen. Gelukkig kreeg ik ze weer stil en toen kwamen de verhalen los. Het was zeer confronterend voor mij als jonge leerkracht dat het meer kinderen was opgevallen dat ik zo mijn voorkeuren had. Het was niet mis wat ze me terug gaven. Bijzonder pijnlijk en toch ook wel erg leerzaam.

Doordat er veel ruimte was om kritiek te geven, schoten een aantal kinderen wat door en werd er behoorlijk met scherp op me geschoten. Ik liet het over me heen komen en begreep de reactie van de kinderen wel, tot er iets heel bijzonders gebeurde.

Miranda zei onverwachts: “Houden jullie je mond toch eens even”! Kennelijk werd het haar te gortig, “Jullie hebben nu allemaal wel een grote mond tegen Albert, maar jullie hebben er nooit eerder wat van gezegd. Als je iets niet leuk van Albert vindt maar het  niet tegen hem zegt, dan kan hij het toch ook niet oplossen? Hij luistert wel altijd naar ons als we iets willen bespreken. Ik begrijp wel dat hij ons niet allemaal even leuk vindt. Ik vind ook niet iedereen even leuk. Een meester is toch ook maar een mens en hoeft toch ook niet iedereen even leuk te vinden?”

Het werd weer heel erg stil in de klas. Toen klonk er voorzichtig instemmend gemompel en de sfeer sloeg om. Het gesprek ging door zonder dat ik ook maar wat hoefde te zeggen.

Er was begrip richting mij, maar vooral ook naar elkaar. De kinderen kwamen tot de conclusie dat iedereen zijn voorkeuren mag hebben zonder dat je elkaar daarmee tekort doet of wil doen.

Nu werd ik warm van binnen, en begon te gloeien van trots op deze kinderen en speciaal richting Miranda. Wat een geweldig kind, wat een grootsheid hoe ze het gesprek wist te kantelen en begrip voor mij wist te creëren richting haar klasgenootjes die naar haar luisterden en met elkaar de dialoog aangingen zonder dat ze wisten wat een dialoog was. Langzaam drong er een intens besef tot me door en het schreeuwde in mijn binnenste: ”Wat houd ik van dit kind, wat houd ik van deze kinderen, deze prachtige lieve wonderbaarlijke en soms irritante wezens waar ik mee mag werken en die ik wat mag leren. Maar uiteindelijk leer ik nog veel meer van hen.“

Een overrompelende verontrustende en verrukkelijke ervaring overkwam me, wat een cadeau kreeg ik hier van de kinderen en in het bijzonder van Miranda.  Eerst door me te confronteren en toen het voor me op te nemen. Wat een liefde had dat kind in haar donder. Verwar deze liefde niet met zoetsappige softheid, het had meer met rauwe oprechtheid te maken, ze gaf me haar volle authentieke botheid, recht uit het hart en zo ontwapenend.

Mijn hart ging volledig open en ik zag Miranda en haar klasgenootjes voorbij mijn oordelen, voorkeuren en etiketjes. Ik kon alleen nog maar vanuit mijn hart, vanuit liefde naar ze kijken. Een bizar ontroerende en glimlach makende ervaring waar ik nog iedere dag de vruchten mag plukken.

 

 

Geluksvogel

5 november 2018

Geluksvogel                                                                                                     

De een heeft een mooi lijf, de ander een mooie kop. Sommige mensen zijn zwart en anderen bruin of blank. De een kan uit de voeten met cijferwerk, de ander is beter met taal. Mijn uitgangspunt is dat iedereen mooie, leuke en boeiende kanten heeft en boordevol talenten zit. De kunst is om talenten in elkaar te willen zien. Vooral leidinggevenden en opvoeders hebben daarin een belangrijke taak. Ikzelf heb het geluk gehad op te groeien in een omgeving waar ik met allerlei mensen in contact kwam. Onze boerderij was een plek waar iedereen welkom was. De meest rare types – in mijn beleving – kwamen bij ons over de vloer. Daarmee lieten mijn ouders zien dat iedereen er mocht zijn.

 

Zo trof ik eens als kind om 5 uur in de ochtend , na het ophalen van de koeien, een wat verwilderde en verwarde man aan in onze keuken. Ik kende hem wel, hij woonde tijdelijk in het dorp en kwam wel vaker bij ons langs. Ik riep mijn  mem uit bed en zij vroeg hem wat hij kwam doen  zo vroeg in de ochtend. Hij vertelde dat hij naar de begraafplaats was geweest en daar geesten had gezien. Hij was zo bang geworden dat hij naar onze boerderij was gevlucht. “Want de boer is sterk en kan vast de geesten verjagen.”

Mijn mem zei dat mijn heit aan het melken was, “ waarom ben je niet naar hem toe gegaan?” De man antwoordde daarop dat hij niet in het donker naar buiten durfde, terwijl hij wel helemaal vanuit het dorp naar de boerderij was gekomen. “Dan is het eerst tijd voor een bak koffie”, constateerde mijn moeder nuchter.

 

Ze nam de man zoals hij was. Ze luisterde naar hem en bagatelliseerde zijn ervaring niet, maar bood hem even een plek waar hij zichzelf mocht zijn. Als klein jongetje vond ik dit soort momenten prachtig. Het was voor mij heel normaal dat mijn ouders dit zo deden. Ieder mens mocht er zijn, hoe gek ze soms ook deden.

Deze ervaringen hebben mij gevormd. Ik houd van de veelsoortigheid van mensen; van serieuze en impulsieve, van ‘gewone’ mensen en buitenbeentjes, van autochtonen en allochtonen. Ze kwamen allemaal bij ons thuis. Het was altijd een zoete inval. Ik heb van mijn ouders geleerd om van al deze mensen te houden. Ouders zijn belangrijke rolmodellen voor kinderen, zij leren kinderen dat er een verschil is tussen hen en anderen. Indien dit gebeurt met een sterk veroordelende blik heeft dat een grote impact op kinderen. Op die manier leren ouders hun kinderen angst te hebben voor vreemden of andersoortige. Je leert kinderen daarmee om tegelijk ‘nee’ tegen zichzelf te zeggen, want als er zo veel mensen niet deugen, waarom zou jij dan wel deugen? Onverdraagzaamheid naar jezelf en anderen wordt zo met de paplepel ingegoten.

Ik besef me heel goed wat een geluksvogel ik ben met de positieve kijk van mijn ouders op al die verschillende mensen. Zo kan ik gemakkelijk ja tegen mezelf en anderen zeggen.

Een positief mensbeeld en een positief zelfbeeld gaan vaak hand in hand.

Dus zouden leiders als Trump, Wilders, Bolsonaro, Erdogan en Duarte  zich realiseren wat dit zegt over hun zelfbeeld?

 

 

 

Plofkinderen

1 april 2017

Op een zondagmiddag maken we een ommetje door het dorp. Al lopend valt mijn oog op een nieuw schoolgebouw. Van buiten ziet het er mooi uit met wel een heel klein schoolplein. Nieuwsgierig gemaakt wil ik ook wel eens kijken hoe de lokalen er van binnen uitzien. Ik loop het kleine plein op en kijk door een raam naar binnen. Tot mijn verbijstering zie ik een heel klein hok vol met tafeltjes en stoeltjes, een digibord en een lessenaar. Er ligt zeil op de vloer en het oogt bar ongezellig, vooral rommelig en overvol. Ik loop verder naar de andere lokalen. Hier zie ik hetzelfde beeld. Hele kleine hokjes, een lokaal mag het niet heten, vol met meubilair. De aankleding is armoedig en het gebrek aan tekeningen, kunstwerkjes e.d. voelt voor mij schrijnend aan. Ik vraag me ter plekke af of wij hier in Nederland stapelgek zijn geworden door dit soort scholen te bouwen.

Het is net alsof ik zojuist kennis heb gemaakt met de kinderbioindustrie. “We maken plofkinderen “, gaat het door mij heen. In een dergelijke ruimte was ik als kind vast snel ontploft, met zoveel andere kinderen zo dicht op mijn huid. In de bio-industrie weten boeren dat beesten agressief worden als je ze te dicht op elkaar zet. Hebben overheden en beleidsmakers wel enig idee van hoe dat werkt bij kinderen? Het overschot aan prikkels spreekt voor zich in zulke nauwe ruimtes. Laat staan dat er voldoende zuurstof in de lucht zit waarop die arme hersentjes moeten lopen.

In een dergelijk kleine ruimte met zoveel mensjes bij elkaar die hun geluidjes, geurtjes en territoriumgedrag hebben zullen de kinderen zich wel moeten afsluiten voor elkaar. Als ze dan nog geen adhd of pddnos of zoiets hebben, ontwikkelen ze die wel in onze moderne leeromgevingen. Concentratie is een illusie voor de meeste kinderen in zulke leeromstandigheden. Ik heb medelijden met de leerkracht die voor de klas moet staan en z’n werk moet doen in zo’n benauwende ruimte. Een hok vol lieve aandacht vragende kinderen, die door het gebrek aan ruimte en overzicht last van elkaar gaan krijgen, door het niet vrijuit kunnen bewegen en in die omstandigheden ook nog eens wat moeten leren.

Kinderen dienen ruimte en lucht te hebben om te kunnen leren en presteren. Het is daarnaast heel erg belangrijk dat er rust is en een sfeer van veiligheid en geborgenheid. In die plofhokken lijkt het mij volstrekt onmogelijk dit te kunnen waarborgen.

Extra schandalig vind ik het dat onze overheid  maar van alles nieuw bouwt met wel bijzonder veel ruimte voor al die volwassenen in hun “mega belangrijke” kantoorruimtes. Een politiebureau hier om de hoek die na een half jaar gebruik nu nog maar door een halve man en paardenkop wordt bevolkt.

Ik pleit er hartstochtelijk voor dat kinderen op school grote ruime lokalen en een groot schoolplein te hebben, waar ze kunnen leren, werken, ravotten en spelen met elkaar. Een school hoort naar mijn mening in alle opzichten aantrekkelijk  te zijn in plaats van onoverzichtelijk dom opgepropt te zitten in een kaal hok waar het vooral gaat over taal en rekenen om maar “citoproof” te zijn!

Kinderen verdienen topkwaliteit onderwijs, te beginnen met perfecte leef- en leerruimtes. Hoe minder omgeving- en ruimtestress, hoe relaxter kinderen hun ding kunnen doen en hoe beter de omstandigheden zijn om tot leren en ontwikkelen te komen.

Weg met die ploflokalen, laat ze maar mooi ontploffen.