Plofkinderen

1 april 2017

Op een zondagmiddag maken we een ommetje door het dorp. Al lopend valt mijn oog op een nieuw schoolgebouw. Van buiten ziet het er mooi uit met wel een heel klein schoolplein. Nieuwsgierig gemaakt wil ik ook wel eens kijken hoe de lokalen er van binnen uitzien. Ik loop het kleine plein op en kijk door een raam naar binnen. Tot mijn verbijstering zie ik een heel klein hok vol met tafeltjes en stoeltjes, een digibord en een lessenaar. Er ligt zeil op de vloer en het oogt bar ongezellig, vooral rommelig en overvol. Ik loop verder naar de andere lokalen. Hier zie ik hetzelfde beeld. Hele kleine hokjes, een lokaal mag het niet heten, vol met meubilair. De aankleding is armoedig en het gebrek aan tekeningen, kunstwerkjes e.d. voelt voor mij schrijnend aan. Ik vraag me ter plekke af of wij hier in Nederland stapelgek zijn geworden door dit soort scholen te bouwen.

Het is net alsof ik zojuist kennis heb gemaakt met de kinderbioindustrie. “We maken plofkinderen “, gaat het door mij heen. In een dergelijke ruimte was ik als kind vast snel ontploft, met zoveel andere kinderen zo dicht op mijn huid. In de bio-industrie weten boeren dat beesten agressief worden als je ze te dicht op elkaar zet. Hebben overheden en beleidsmakers wel enig idee van hoe dat werkt bij kinderen? Het overschot aan prikkels spreekt voor zich in zulke nauwe ruimtes. Laat staan dat er voldoende zuurstof in de lucht zit waarop die arme hersentjes moeten lopen.

In een dergelijk kleine ruimte met zoveel mensjes bij elkaar die hun geluidjes, geurtjes en territoriumgedrag hebben zullen de kinderen zich wel moeten afsluiten voor elkaar. Als ze dan nog geen adhd of pddnos of zoiets hebben, ontwikkelen ze die wel in onze moderne leeromgevingen. Concentratie is een illusie voor de meeste kinderen in zulke leeromstandigheden. Ik heb medelijden met de leerkracht die voor de klas moet staan en z’n werk moet doen in zo’n benauwende ruimte. Een hok vol lieve aandacht vragende kinderen, die door het gebrek aan ruimte en overzicht last van elkaar gaan krijgen, door het niet vrijuit kunnen bewegen en in die omstandigheden ook nog eens wat moeten leren.

Kinderen dienen ruimte en lucht te hebben om te kunnen leren en presteren. Het is daarnaast heel erg belangrijk dat er rust is en een sfeer van veiligheid en geborgenheid. In die plofhokken lijkt het mij volstrekt onmogelijk dit te kunnen waarborgen.

Extra schandalig vind ik het dat onze overheid  maar van alles nieuw bouwt met wel bijzonder veel ruimte voor al die volwassenen in hun “mega belangrijke” kantoorruimtes. Een politiebureau hier om de hoek die na een half jaar gebruik nu nog maar door een halve man en paardenkop wordt bevolkt.

Ik pleit er hartstochtelijk voor dat kinderen op school grote ruime lokalen en een groot schoolplein te hebben, waar ze kunnen leren, werken, ravotten en spelen met elkaar. Een school hoort naar mijn mening in alle opzichten aantrekkelijk  te zijn in plaats van onoverzichtelijk dom opgepropt te zitten in een kaal hok waar het vooral gaat over taal en rekenen om maar “citoproof” te zijn!

Kinderen verdienen topkwaliteit onderwijs, te beginnen met perfecte leef- en leerruimtes. Hoe minder omgeving- en ruimtestress, hoe relaxter kinderen hun ding kunnen doen en hoe beter de omstandigheden zijn om tot leren en ontwikkelen te komen.

Weg met die ploflokalen, laat ze maar mooi ontploffen.